StationBlancoNog steeds spreekt het gemeentebestuur tegen beter weten in over de restauratie van het station Geldermalsen. Ondanks dat er al jaren een groot bord voor het station staat van Pro Rail en NS dat men het gebouw inclusief de perronkappen aan het renoveren zijn. Ook in de samenwerkingsovereenkomst tussen Pro Rail en NS wordt gesproken over renoveren en de tekeningen die bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning zitten laten er hier ook geen twijfel over bestaan.

Het is nooit de bedoeling van NS en Pro Rail geweest om dit rijksmonument te restaureren. Ook de architect Ir. J.C. Ruland heeft ons bevestigd dat de keuzes puur op financiële gronden zijn gemaakt. De vergunning die dit mogelijk maakt is  afgegeven door de gemeente Geldermalsen en spreekt over een restauratie en verbouwing.

Voor alle duidelijkheid, renoveren is het herstellen en zo nodig gedeeltelijk vernieuwen van een gebouw, naar huidige maatstaven. Kortom trendgevoelig.

Restaureren is het in goede staat brengen van min of meer bouwvallige geworden gebouwen, uitgaande boven normaal onderhoud. Over de juiste betekenis van het woord zijn echter in de loop  der tijden uiteenlopende interpretaties gegeven.

In 1691 spreekt het bestek van het steenhouwwerk voor de herbouw van de door brand beschadigde kerk te Goes voor het eerst over restauratie.  In 19de eeuw had het woord meestal de betekenis van het terugbrengen in de vermeende oorspronkelijke vorm. Dat hield in dat vaak verdwenen of nooit gebouwde elementen werden toegevoegd. De vele werken van de architect Viollet- le Duc in Frankrijk getuigen van deze opvatting. Zelfs de afbouw van de dom van Keulen is in deze gedachtewereld te plaatsen.

Voorbeelden in Nederland zijn de Westmunsterkerk van Roermond, het wijzigen van de barokke bekroningen van de St.- Servaas in Maastricht en het aanbrengen van balustraden rond het dak van de grote kerk in Haarlem, die er vroeger nooit geweest waren. Men veronderstelde dat deze elementen ooit zo bedoeld geweest zouden zijn.

In de 20ste eeuw werden onder invloed van de in  1916 door de Nederlandse Oudheidkundige bond opgestelde “Grondbeginselen” deze opvattingen wat milder. Men hechtte meer waarde aan het handhaven van authentieke materialen, maar verving die ook gemakkelijk door soortgelijke nieuwe en bracht oudere elementen naar gevonden aanwijzingen terug. Metselwerk werd binnen en buiten van pleisterwerk ontdaan om het edele materiaal te tonen. Houtwerk werd van kleur en verf ontdaan. Dit alles onder invloed van het ‘eerlijke ambachtelijke bouwen’ zoals dat door de architecten Berlage en Kropholler werd gepropageerd. Hierbij ging men voorbij aan het feit dat materialen vroeger meestal door kleur of pleisterwerk aan het oog onttrokken werden.

Na 1945 kreeg restaureren steeds meer de betekenis van consolideren van de laatst aangetroffen toestand, het in stand houden van het gebouw zoals het door voorgaande generaties aan ons is overgeleverd.

Constructiefouten zullen moeten worden meegenomen en verminkingen kunnen zo nodig worden hersteld, na verkregen toestemming op grond van de Monumentenwet.

Voorafgaande aan een restauratie zal een diepgaand onderzoek naar de bouwtechnische en bouwhistorische gegevens moeten plaatsvinden. Op de uitkomsten van dit onderzoek zal een restauratieplan moeten worden gebaseerd. Fantasieën moeten worden vermeden. Moderne toevoegingen zijn mogelijk als zij het gebouw niet schaden.

Dit voor zover de geschiedenis en de huidige kijk op het restaureren. In het kort, behoud zoveel mogelijk van het historisch materiaal in de aangetroffen toestand, echter wel met oog op het gebruik van het monument.

Wanneer we nu kijken in Geldermalsen naar de “restauratie” van het stationsgebouw dat in 2001 tot  monument is verklaard, mogen we dan nog wel van een restauratie spreken? Navraag bij verschillende betrokken instanties levert verschillende meningen op. Wanneer we de bouwaanvraag van het station bekijken wordt de omgevingsvergunning als restauratie aangevraagd.  De tekeningen geven dan weer duidelijk een ander beeld. Als we op het bouwbord bij het station kijken staat daar toch echt weer renovatie. De gemeente blijft tegen beter weten in tot aan de dag van vandaag spreken over een restauratie.

Wanneer we op het gemeentehuis de bouwaanvraag bekijken, die betrekking heeft op het station, merk je dat er nog veel onduidelijk is. De stukken zijn in eerste instantie niet compleet. Op het gemeentehuis wordt aangegeven dat we voor het vervolg bij de ODR moeten zijn. Dit is een duidelijke aanwijzing dat er van de kant van de gemeente gedurende ruim twee jaar geen enkele beoordeling en controle op naleving van de omgevingsvergunning is uitgevoerd. De vergunning is immers afgegeven in maart 2011 en de Omgevingsdienst Rivierenland bestaat pas sinds april 2013.

Kijkend naar het gebouw nu, ontdek je veel veranderingen met de situatie van voor de start van de werkzaamheden. De dakbedekking is veranderd in een pan met andere vorm. Weliswaar een type pan van vroeger, maar niet zoals deze is opgenomen tijdens het benoemen van het monument. Navraag doet blijken dat de vorige pan te zwaar zou zijn voor de huidige dakconstructie. Echter zijn er geen stukken te vinden waarin dit wordt gemeld en aangetoond. Er zijn geen bouwverslagen te vinden bij zowel de gemeente als de ODR.

Verder zien we door de vergelijking van foto’s van voor de restauratie met nu dat alle kozijnen geheel zijn vervangen door nieuwe van een gewijzigd type. Ook hier een reconstructie van een eerder tijdsbeeld? Als argument wordt aangevoerd dat alle kozijnen rot waren. Om in restauratie termen te spreken van het zoveel mogelijk behouden van oorspronkelijk materiaal is hier dan ook geen sprake. Dat een enkel kozijn rot zou zijn is aan te nemen, maar allemaal ? Daar moeten toch ernstige  vraagtekens bij gezet worden. Dan hebben we het nog niet gehad over de originele raamdelen op de verdieping welke vervangen zijn. Waren dit van oorsprong schuiframen die geopend werden met een rolsysteem, nu zijn deze ramen dicht en met thermopane glas voorzien. De argumentatie die wordt aangevoerd is dat er misschien wel iemand door dat raampje zou kunnen kruipen?  Terwijl er in de restauratiewereld voldoende oplossingen te vinden zijn om dit probleem op te lossen met een monumentvriendelijke invulling waarbij het historische raamwerk behouden had kunnen blijven.

Ook de natuurstenen plint is volledig vervangen door een nieuwe, de rede hiervan is ons nog steeds een raadsel, maar wel duidelijk is dat weer afgeweken is van het behoud van zoveel mogelijk historisch materiaal.

Als we naar de zijgevel lopen die zich tussen de twee gebouwen in bevind, te weten het stationsgebouw en het bijgebouw, dan zien we drie enorme grote bogen. Hier zaten tot voor kort drie grote blindnissen met siermetselwerk. Deze blindnissen waren uit de bouwtijd van het station. De reden voor het verwijderen van deze blindnissen was, dat hier de nieuwe ingang van het station zou komen. Dit plan is ondertussen achterhaald en het verwijderen van de originele blindnissen is dus voor niets geweest. Nu wordt er de draai aan gegeven dat het meer licht opbrengt voor toekomstige gebruikers. Weet u het nog? We hebben het hier over een rijksmonument!

Er zijn nog wel meer zaken op de renovatie van het stationsgebouw aan te merken maar ook over de renovatie van het perron, eigendom van Pro Rail is wel het één en ander te vertellen.

Tot net voor de renovatie was dit voorzien van een gebogen metalen kap. De nieuwe situatie is de teruggebrachte vorm van voor het aanbrengen van de gebogen kap. Men geeft aan dat hier is  teruggegrepen naar een eerder tijdsbeeld. Dat is nog te verdedigen maar niet dat het dak is voorzien van EPDM in plaats van een metalen dakbedekking die er destijds op heeft gezeten.

Ook moeten we constateren dat er  1/3 van de perronkap verdwenen. In de gevonden documentatie staat vermeld dat onderdelen onherstelbaar beschadigd waren en er om die reden gekozen is voor het inkorten van het rijksmonument. Een drogreden omdat er tegenwoordig technieken zijn waarbij gietijzer gelast kan worden en de pijlers dus hersteld hadden kunnen worden. Wij hebben bij alle instanties/bedrijven gevraagd waar deze onderdelen zijn gebleven. Het antwoord was steevast ” ik weet het niet” of het wordt afgedaan met; “ze zijn gewoon weg”.  Heel erg vreemd omdat deze historische materialen een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen.

We hebben ons met regelmaat afgevraagd of het station na deze “renovatie” nog wel de status van Rijksmonument verdiend. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft aan dat ondanks de zeer slechte restauratie het station monument blijft. Wel dringt men aan op een strenger gemeentelijk toezicht bij de komende restauratie van het interieur.

Wie is hier nu voor verantwoordelijk? Tussen maart 2011 en februari 2013 de gemeente rechtstreeks daarna hebben zij de uitvoerende taken gemandateerd aan de ODR maar blijven zij eindverantwoordelijk.

De eerste jaren is er nauwelijks controle geweest vanuit de kant van gemeente. De huidig verantwoordelijk ambtenaar is pas vanaf juni 2014 betrokken, daarvoor was er geen melding “start” gedaan. Hij geeft aan dat zijn collega’s in 2013 en 2014 voor controle op het station zijn geweest. Van deelneming aan bouwvergaderingen, zeer gebruikelijk in deze gevallen, is geen sprake geweest. Niet dat dit laatste tot een ander resultaat had geleid omdat alles volgens de afgegeven vergunning is verlopen.

We kunnen ook de NS en Pro Rail niet uitsluiten van enige verantwoording voor deze renovatie maar strikt juridisch valt hen weinig te verwijten. De ambtenaar die verantwoordelijk was voor de monumentenzorg kon zijn frustratie over de gang van zaken niet verbergen. NS en Pro Rail gaven bij de aanvraag duidelijk te kennen dat dit het was. Een afwijzing zou betekenen dat het station verder zou vervallen en leiden tot onherstelbare schade. Bedenk dat NS dit eerder ook heeft gedaan met het stationnetje in Beesd. Wettelijk zijn er mogelijkheden om monumentenzorg af te dwingen maar de gemeente heeft deze weg niet bewandeld. Bestuurlijk Geldermalsen is duidelijk niet opgewassen tegen overheidsbedrijven als NS en Pro Rail.

Uiteraard hebben we de verantwoordelijke wethouder R. van Meygaarden gevraagd of hij commentaar wilde leveren op dit stuk. Hij zit niet alleen namens Geldermalsen in het bestuur van de ODR maar heeft monumentenzorg in zijn portefeuille.

Zijn reactie: zoals verwacht niet ontvangen!