Burgemeester de Vries begon 11 december 2015 de persconferentie aangaande het AZC met een leugen. Aan het begin deelde ze tussen neus en lippen mede dat het schenden door raads- en commissieleden van vertrouwelijkheid gelijk stond met het schenden van de geheimhoudingsplicht. Ondergetekende heeft hierover na zijn installatie als commissielid met haar via de mail een discussie gehad. Het verschil zou nu ook voor haar zeer duidelijk moeten zijn. De burgemeester heeft dus om alleen voor haar moverende redenen doelbewust de pers verkeerd geïnformeerd.

Bron: de Gelderlander

Bron: de Gelderlander

Dan schrijft Edwin Loeff VVD raadslid in Geldermalsen in de Gelderlander een artikel met de titel: “Als transparantie strafbaar wordt. Vergaderen achter gesloten deuren hindert raadsleden en tast hun geloofwaardigheid aan.

Nu ken ik Edwin als een kritisch raadslid die een confrontatie met een wethouder “meestal” niet uit de weg gaat maar zijn functioneren is de laatste weken ronduit beschamend. In het artikel beroept hij zich op artikel 7 van de grondwet, het recht op vrije meningsuiting.

Artikel 7 lid 1

Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet

lid 2, 3 & 4 zijn hier niet van toepassing Volg deze link naar de volledige grondwet

Het gedeelte achter de komma geeft aan dat burgers niet zomaar alles kunnen zeggen. De heer Loeff vergeet voor het gemak dat hij als raadslid zelf verantwoordelijk is voor opgelegde geheimhouding en besloten vergaderingen van raads- en commissieleden.

Hij heeft verder, net als ik, een eed afgelegd bij zijn installatie als raadslid!

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en

dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!” (Dat verklaar en beloof ik!”)

Raads- en commissieleden hebben dus een eed afgelegd waarin verklaren zich te houden aan ook o.a de Gemeentewet. Zijn zij daarom monddood gemaakt?  NEEN , natuurlijk niet, ze zouden anders beter meteen kunnen stoppen en iets nuttigs gaan doen.

De burgemeester:

Samen met twee collegae van Leefbaar Geldermalsen werd ik een uur voor mijn beëdiging bij de burgemeester ontboden. Het was duidelijk dat ze moeite had met een journalist in commissies. Ik heb haar toen gezegd dat ik met de eed die ik af ging leggen geen moeite had, ook niet met de beperkingen die dit voor mij mee zouden brengen, zoals bijvoorbeeld het geen gebruik kunnen maken van geheime informatie. Toen kwam de gedragscode ter sprake, een document wat ik toen nog niet had gelezen. De volgende dag kon ik burgemeester de Vries geruststellen door haar te vertellen dat  de weinig verheffende gedragscode niet van invloed zou zijn op mijn functioneren.

Geheimhouding is wettelijk geregeld in artikel 25 van de gemeentewet waar wordt aangegeven dat de raad op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), geheimhouding kan opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd en in de eerstvolgende raadsvergadering vastgesteld. Ten overvloede is te vermelden dat er voor de te volgen procedure ook zaken zijn vastgelegd in de verordeningen van de raads- en commissievergaderingen. Hiermee is hetgeen waarover ik de eed heb afgelegd afgedekt.

In de gedragscode wordt wel voor het eerst het begrip vertrouwelijkheid geïntroduceerd waarvoor geen enkele wettelijke basis is. Ook de VNG maakt in haar communicatie duidelijk dat het rechtskarakter van een gedragscode er één is van een interne regeling in aanvulling op de wettelijke regels. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen enkel rechtsgevolg. Bestuurders kunnen er op worden aangesproken maar daar houdt het dan ook mee op. Dat er geen wettelijke basis voor is behoeft geen beletsel te zijn om dit op te nemen in een  gedragscode.  Dit kan echter wel het geval zijn wanneer de bepaling in strijd met de wet is en laat dit hier nu het geval zijn!

Openbaarheid van bestuur is er niet voor niets. Het is één van de pijlers van onze democratie. De Wob gaat dan ook uit van de stelling HET IS OPENBAAR TENZIJ. Redenen om zaken met het stempel geheim te voorzien staan omschreven in artikel 10 van de Wob. Daarmee is dus een besluit om vertrouwelijke informatie niet openbaar te maken in strijd met de Wob en onrechtmatig. Iedere burger is dan ook gerechtigd d.m.v. een Wob verzoek om deze informatie op te vragen en bestuurlijk Geldermalsen heeft geen enkel rechtsmiddel om dit te weigeren.

De burgemeester heeft dus bewust tijdens de persconferentie de verzamelde pers van foutieve informatie voorzien.

Raadslid Edwin Loeff:

Al jaren roept men dat alles wat in de besloten commissies & denktanks behandeld wordt geheim is. Ik hoop dat het nu voor iedereen duidelijk is dat dit onzin is. Het is een besloten klankbordgroep waar zelden een document van in de raad als geheim wordt vastgesteld. In dat licht wordt zijn verhaal in de Gelderlander wel heel erg zielig. Al jaren lijdt Edwin onder het feit dat hij niet transparant kon zijn over wat er in besloten overlegorganen besproken werd en nu blijkt dat dit niet waar is. Als een gekooid vogeltje werd hij afgebeeld in de krant.

En dan komt de VVD 26 januari 2016 met een motie, notabene gesteund door Leefbaar Geldermalsen en de lijst Vrouwerff, om duidelijkheid te krijgen over vertrouwelijkheid en geheimhouding. Ga jullie schamen en lees eens wat.

Edwin, vertel  de burger eens wat je in al die besloten commissies en denktanks hebt gedaan, wees een voorbeeld voor je collegae en wees TRANSPARANT.

Twijfel? Durf je niet? Zoek je een rolmodel? Ik zal je helpen en publiceer hierbij de documenten van de denktank transitie van 26 november van vorig jaar inclusief het verslag van deze bijeenkomst.

Ik zou nu dus met de publicatie van deze documenten naar jouw oordeel een strafbaar feit hebben gepleegd waar een gevangenisstraf van één jaar en een boete van de vierde categorie op staat. Meld dit in de raadsvergadering van donderdag 28 januari 2016 en vraag de burgemeester welke maatregelen ze denkt te gaan nemen. Van mijn kant verklaar ik alleen verantwoordelijk te zijn voor de publicatie van bovenstaande documenten, alles zonder mijn eed te hebben geschonden.

Reuze benieuwd naar je handelen wanneer je niet durft kun je altijd mijn foute vriend Ed om een gunst vragen. Hij doet het graag.

Tot slot nog dit: Edwin zeg nooit meer dat ik jaloers ben op één van jullie (VVD) acties. op mij hebben jullie geen indruk kunnen maken met het per ongeluk lekken van informatie Ik speel recht op de man en neem daarvoor alle verantwoordelijkheid zonder enig excuus.

Aanvullende informatie

Artikel 25 Gemeentewet

  1. De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ( 1991, 703), omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft.
  2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
  3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd.
  4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

Artikel 55 Gemeentewet

  1. Het college kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het college worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het college haar opheft.
  2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de burgemeester of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het college overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft.
  3. Indien het college zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft.

Artikel 86 Gemeentewet

  1. Een commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar opheft.
  2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van een commissie, het college en de burgemeester, ieder ten aanzien van stukken die hij aan een commissie overlegt. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft.
  3. Indien een commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft.

 

Artikel 10 Wet openbaarheid van bestuur

  1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
    1. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;
    2. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;
    3. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
    4. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.
  2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
    1. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties;
    2. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;
    3. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
    4. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
    5. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
    6. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie;
    7. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
  1. Het tweede lid, aanhef en onder e, is niet van toepassing voorzover de betrokken persoon heeft ingestemd met openbaarmaking.
  2. Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef en onder e, en het zevende lid, aanhef en onder a, zijn niet van toepassing voorzover het milieu-informatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu-informatie uitsluitend achterwege voorzover het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het daar genoemde belang.
  3. Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie voor zover deze handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter.
  4. Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie.
  5. Het verstrekken van milieu-informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voorzover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
    1. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft;
    2. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage.
  6. Voor zover het vierde lid, eerste volzin, niet van toepassing is, wordt bij het toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu-informatie in aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies in het milieu.

 

Reglement van orde voor vergaderingen van de raad 2014

Artikel 9. Aanvullende agenda; vaststellen agenda

  1. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een digitale oproep een aanvullende voorlopige agenda opstellen. De daarbij behorende stukken worden openbaar gemaakt,
  2. Als omtrent de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lîd, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.
  3. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld.

Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken

  1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving.
  2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeente geplaatst.
  3. Als omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier en verleent deze de raadsleden op verzoek inzage.

Artikel 23. Toepassing reglement op besloten vergaderingen

Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

Artikel 25. Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Toelichting bij het Reglement van orde Geldermalsen 2014

In artikel19, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst de stukken en oproep niet per post maar per e-mail te versturen. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, tegelijkertijd met de oproep aan de leden worden verzonden. De in artikel 25, eerste en tweede lid, bedoelde stukken zijn stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd. Hier wordt melding van gemaakt op de stukken.

 

Artikel 10. Ter inzage leggen van stukken

Geïnteresseerden moeten de mogelijkheid hebben om stukken in te zien. Daarom worden alle stukken gelijktijdig mei het verzenden van de schriftelijke oproep ter inzage aangeboden.

Naast de fysieke terinzagelegging op het stadhuis, zullen de stukken doorgaans op elektronische wijze worden aangeboden. Dit gaat via een digitaal raadsinformatiesysteem of door plaatsing op de gemeentesite.