De aanleiding

Het artikel “De relschopper versus het gezag” van 12 oktober 2016 was destijds aanleiding tot een gesprek tussen ondergetekende, Lourens van Bruchem en Johan van den Brink over de houding van ds Kersten, oprichter en tevens Kamerlid van de SGP, tijdens de tweede wereld oorlog. We konden het destijds niet eens worden maar Lourens bood mij aan een boek te lenen over de SGP en ds Kersten. Destijds ben ik hier niet verder op in gegaan omdat dit gebeurtenissen bovenhaalde die mij niet bepaald vrolijk stemde.

Vermoedelijk n.a.v. deze publicatie vond een raadslid het begin vorig jaar nodig zonder enige kennis van zaken de heer van Bruchem van de SGP WestBetuwe het oorlogsverleden van zijn partij en haar oprichter voor de voeten te werpen. Deze adviseerde tijdens de raadsvergadering ook hem aan een boek over het leven van ds Kersten te lezen. Dit was voor mij reden genoeg om alsnog het aanbevolen boekje “Kersten in kleur”  (uitgeverij de Banier) van Bart Bolier te lezen.

Hoe serieus we het werk van de heer Bolier moeten nemen blijkt onmiddellijk uit zijn spreekbeurt nav de uitgave van zijn boekje. Hij begint met te vertellen dat het graf van Ds Kersten een paar weken eerder tot gemeentelijk monument is verklaard.

Bart Bolier tijdens de presentatie van zijn Boekje Kersten in kleur.

Het graf bevindt zich op de begraafplaats en rijksmonument Crooswijk. Toen in1829 werd besloten dat begraven in de kerk niet meer mocht legde de gemeente Rotterdam de gemeentelijke begraafplaats Crooswijk naar een ontwerp van de Rotterdamse stadsarchitect Pieter Adams aan. In vak P, ingewijd op 30 mei 1940, liggen 115 Nederlandse militairen begraven en in vak D worden 52 mensen uit het verzet herdacht. Op dit kerkhof, in een stad welke zo hard heeft geleden onder de bombardementen van het nazi regime, zou het graf van ds. Kersten tot monument zijn verheven. Dit ging er bij mij niet in. Dit werd bevestigd door de heer Knibbeler van de afdeling Monumenten en Cultuurhistorie van de gemeente Rotterdam. Het graf van ds Kersten is geen rijks- of gemeentelijk monument en is in 25 oktober 1996 aan de zorg van de Boezemsingelkerk, Gereformeerde Gemeente Rotterdam-Centrum toevertrouwd.

Het lezen van dit boekje was een uitermate teleurstellende ervaring. Het heeft geen enkele wetenschappelijke waarde en het is niets meer dan propagandamateriaal en de zoveelste poging om te komen tot eerherstel van Ds Kersten. Het is een boekje geschreven op dezelfde wijze waarop de heer Bolier eerder als DJ zijn muziek samplede. Mochten er onder u belangstellenden zijn die zich in de materie willen verdiepen zou ik het proefschrift, “De Staatkundig Gereformeerde Partij 1918-1948” Drs. W. Fierets willen aanraden of de scriptie van Dr van Beek welke hij schreef als afronding van een masterstudie theologie aan de Universiteit van Leiden. Ondanks dat ook deze boeken worden genoemd als bronmateriaal is duidelijk dat de conclusies niet zijn overgenomen.

Ds Kersten

Henri Kersten (1882-1948) werd ook wel de kleine Abraham Kuyper genoemd. Net als Kuyper stichtte hij een eigen kerk, de (bevindelijk) gereformeerde gemeenten (1907), door twee kleinere kerkgenootschappen, de ledeboerianen en de kruisgezinden, te verenigen, de politieke partij SGP met zijn eigen dagblad de Banier en eigen scholen. Kuypers VU werd bij Kersten een eigen theologische mbo aan de Boezemsingel in Rotterdam. Kersten gaf al die eigen instituties een eigen theologie, waarbij hij net als Kuyper vooral teruggreep op een Schotse migrant uit de achttiende eeuw, Alexander Comrie.

“Bevindelijk” wil zeggen dat de gelovigen de bijbel met het hart aanvaarden. Ze krijgen te horen dat God de aarde werkelijk zes duizend jaar geleden in zes dagen tijd heeft geschapen. Als “Gods woord” is volgens hen de bijbel nu eenmaal “onfeilbaar”. Zij onderscheiden zich van andere christenen doordat ze de bijbel lezen in de bijna vier eeuwen oude Statenvertaling. Andere vertalingen worden afgedaan als nieuw en modernistisch. De SGP is opgericht om artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis onverkort te handhaven en daarmee tegen vrouwenkiesrecht, tegen sociale verzekeringen, tegen vaccinatiedwang. De adoratie voor Ds Kersten in bevindelijke kring, die SGP stemmen en nog altijd zijn preken en meditaties lezen, is nog steeds erg groot. Een beroep op Kersten is vaak afdoende om discussies te beslechten.

Ds Kersten’s opstelling tov nazi Duitsland.

Na de oorlog is Ds Kersten gezuiverd vanwege zijn houding in de oorlog. De waarheid is een begrip wat in deze geloofsgemeenschap een eigen betekenis heeft. Wij gaan voor dit artikel uit van de eerder genoemde wetenschappelijke onderzoeken. Hieruit blijkt duidelijk hoe passief, fatalistisch en zelfs loyaal de SGP-leider naar de nazi’s toe was. In eigen kring werd hij zelfs in verband gebracht met de NSB maar van een lidmaatschap is geen bewijs gevonden.

Kersten zag de Duitsers als een roede in Gods hand om Nederland te straffen voor de zonde. Kort nadat Rotterdam was gebombardeerd liet hij zonder blikken of blozen weten dat Gods gerechtigheid was gehandhaafd. Aanleiding van deze uitspraak was de zondigheid van prinses Juliana die na de inval van de Duitsers het land op een zondag was ontvlucht waarmee ze de zondagsrust zou hebben ontheiligd.

Volgens Fieret had Ds Kersten “een neiging had tot antisemitisme”. Van Beek is wat dit betreft duidelijker. Hij stelt dat, wanneer men zich vijandig opstelt ten opzichte van Joden op grond van vooroordelen en we de uitspraken van ds. Kersten hier naast leggen, we moeten concluderen dat deze man een antisemiet was.

Kersten vond het zinloos om tegen de nazi’s te vechten, want “wie zal vermogen tegen God te strijden?” En “God doet geen onrecht, ook niet als Hij de Duitser gebruikt om ons te slaan”. De Nederlanders zouden “een welverdiend oordeel” en een terecht pak slaag van God hebben gekregen. Ze dienden het Hitler-regime voortaan als wettige overheid te gehoorzamen.

Volgens hem was verzet tegen de overheid  nooit geoorloofd, ook niet tegen een bezettende overheid als de Duitse. Daarom deden SGP-ers en leden van de Gereformeerde Gemeenten nauwelijks mee aan protesten van andere kerken tegen de “ariërverklaringen” en de jodenvervolging. De NSB vond Ds. Kersten “een heidense stroming”, toch had hij sympathie voor het autoritaire leiderschap van de fascisten en voor hun strijd tegen “het rode gevaar” van socialisten en communisten. Ook flink wat andere SGP-ers hadden waardering voor het fascisme.

Christenen als Kersten hebben altijd een extreem gehoorzame en onderdanige houding gehad naar alles en iedereen met macht en autoriteit. De wortels voor die griezelige gezagsgetrouwheid liggen bij de zestiende-eeuwse reformator Johannes Calvijn. Van hem hebben massa’s protestanten en gereformeerden door de eeuwen heen geleerd dat ze zelfs een “tirannieke” overheid moeten gehoorzamen. “Wij moeten niet alleen gehoorzamen aan de overheid die geheel terecht en plichtsgetrouw haar gezag uitoefent, maar wij behoren ook degenen te verdragen die op een tirannieke manier misbruik maken van hun macht, totdat wij op wettelijke wijze van hun juk zijn bevrijd”, aldus Calvijn. “Want zoals een goede vorst het bewijs is van de goedheid Gods om het welzijn der mensen te bewaren, zo is een slechte, wrede vorst een gesel Gods om de zonden van het volk te bestraffen. Het wordt echter als vaststaand beschouwd dat zowel de goede als de slechte vorst hun macht van God hebben gekregen, en dat wij ons niet tegen hen kunnen verzetten zonder ons tegelijk ook te verzetten tegen de voorschriften van God.” Veel christenen zitten nog steeds in de houdgreep van dit calvinisme.

Na het aan de macht komen van het Hitler-regime in 1933 bagatelliseerde Kersten de Jodenvervolging in Duitsland als “overdreven leugens en verzonnen verhalen”. In De Banier werd Hitlers “Mein Kampf” zonder commentaar en kritiek besproken. Zelfs na de Kristal nacht in 1938 bleef Kersten beweren dat de Joden voor eeuwig de vervolging over zichzelf hadden afgeroepen door Jezus te kruisigen, waarbij hij zich beriep op de antisemitische bijbelpassage “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”.


Tekenend voor Kerstens houding was de affaire rond de scholiere Mirjam de Groot. In 1941 eiste de Duitse bezetter dat opgave gedaan werd van het aantal Joodse kinderen op scholen. De nazi’s wilden hen uitsluiten van onderwijs. Daarop adviseerden de meeste christelijke scholenbonden hun schoolbesturen om die antisemitische maatregel te boycotten. Maar de gereformeerde scholenbond dacht daar anders over. Als voorzitter van die bond verlangde Kersten van zijn scholen dat ze de Duitsers zouden gehoorzamen. Zulke scholen waren volgens het illegale blad Trouw “als was in de handen van de bezettende macht”. Met zijn beleid kwam Kersten in conflict met voorzitter Kok van het bestuur van een van de weinige gereformeerde scholen die wel wilden protesteren tegen de uitsluiting. Kok wilde de Joodse leerlinge De Groot gewoon toelaten op zijn school, en daarop zette Kersten Koks school uit zijn scholenbond. Kersten vond dat Kok het meisje niet mocht beschermen, omdat de Joden Jezus hadden verworpen.

Kersten zag in het rooms-katholicisme zijn grootste vijand. “Veel meer dan voor socialist en voor NSB-er heeft ons protestantse volk voor Rome te vrezen en tegen Rome zich te wapenen”, schreef hij in 1938. Een lid van het SGP-hoofdbestuur noemde de paus en zijn aanhangers zelfs “de Antichrist met zijn goddeloze en misdadige synagoge”. Dat lag in de lijn van Calvijn, die stelde dat de paus van de duivel afstamde. Kersten meende dat rooms-katholieken geen echte Nederlanders waren. Katholieke politici zouden niet in het belang van het land werken, maar “in het leger van de paus strijden”. “Ons calvinistenland” zou “verraderlijk aan Rome zijn uitgeleverd”.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Kersten “gezuiverd”. Hij mocht niet meer terugkeren in de Tweede Kamer, omdat hij “tekort was geschoten in een juiste houding tegenover de Duitse bezetting”. Men beschouwde hem als een collaborateur. Ook kreeg hij een schrijfverbod van 10 jaar opgelegd vanwege pro-Duitse artikelen in De Banier. Drukkerij De Banier had zelfs nazistische boeken gedrukt. SGP-leden met kritiek op Kersten kregen binnen de partij echter geen schijn van kans. Ze werden geroyeerd of kregen te maken met kerkelijke censuur. De autoritaire Kersten betitelde hen als oproepkraaiers die de kop moest worden ingeslagen.

Kees van de Staaij met DS Kersten aan de muur.

Vandaag de dag wordt Kersten in SGP-kringen nog steeds de hand boven het hoofd gehouden. De op zich moedige kritiek van een geloofsgenoot als Van Beek dringt er nauwelijks door. Volgens de SGP-jongeren zou “de beschuldiging” van Van Beek ongenuanceerd zijn. Kersten zou niet antisemitisch hebben gehandeld. In plaats van kritiek op hun voorman serieus te nemen, luisteren veel SGP-ers liever naar donderpreken over het “zondige Nederland” dat hel en verdoemenis tegemoet zou gaan. “Wij zijn een schandvlek geworden”, bulderde een dominee een paar jaar geleden in een zaal vol SGP-ers. “De ene pilaar na de andere pilaar van de samenleving wordt weggehaald, en slechts een puinhoop blijft over. Wij zijn een land dat vooropgaat in de zonde. En dat land zal ook vooropgaan in het oordeel” van God. Maar deze christenfundamentalisten weten nog niet met welke “roede” God de Nederlanders dit keer gaat afranselen.

Tot zover de feiten.

Persoonlijk vind ik de verering en de herhaaldelijke pogingen om Ds Kersten te rehabiliteren stuitend. Wanneer ik een portret van Ds Kersten zie hangen in de kamer van fractievoorzitter van der Staaij lopen de rillingen over mijn rug. Ik kan en wil niet begrijpen dat iemand deze man als zijn voorganger wil accepteren. Ds Kersten was een antisemiet had een afkeer van katholieken, communisten, socialisten en collaboreerde met de nazi’s. Ook heeft dit hem financieel voordeel opgeleverd in de vorm van uitgeverij de Banier, dezelfde die het eerder genoemde boekje van Bart Bolier heeft uitgegeven.

Natuurlijk heb ik mijn stuk voorgelegd aan de heren van Bruchem en van den Brink. Beide heren doen er het zwijgen toe.